VOORLEESPOST

Zelfde prentenboeken, ander publiek

ma, 30/03/2015

De vrolijke prentenboeken die ik had voorgelezen in de bib bij de opening van de jeugdboekenweek zaten nog fris in mijn geheugen. Het leek me een goed idee een paar ervan vandaag mee te nemen naar Sint-Jan.

Het eerste groepje kinderen was helemaal klaar voor een verhaal. Tante Nicky moest ze even afremmen of ze waren de trap op voordat ik de kans had mijn jas uit te trekken. In de handen klappen om het daarna stil te maken, was niet nodig. Iedereen was een en al oor.

Ik legde uit dat mijn prentenboeken vandaag vol humor zaten. Met het begrip humor was nog niemand vertrouwd, ook niet een bolleboosje van de klas dat nooit om een antwoord verlegen is. Ik linkte humor aan grappig en kwam er tijdens het voorlezen nogconcreet op terug.

Ik besloot deze keer twee prentenboeken voor te lezen en begon met Gekke tante Agaat, van Rebecca Cobb. Als tante Agaat komt babysitten, zien de kinderen dat helemaal niet zitten. Mama en papa hebben een lijst gemaakt van wat wel en niet mag, maar Agaat springt nogal slordig om met de geboden en verboden. Het wordt een
superleuke dag en tante Agaat moet zeker nog eens langskomen. De kinderen vragen zelfs aan hun ouders om dan weer een lijstje voor haar op te stellen.

Dat de oppas een krokodil is, vonden de kinderen spontaan hilarisch. Ze grinnikten omdat Agaat precies het tegenovergestelde deed van wat de ouders haar hadden opgedragen. Ook om het halve leugentje van Agaat wanneer de ouders haar vroegen of ze zich aan het lijstje had gehouden, werd hartelijk gelachen. Als ik toetste bij de kinderen bleek uit hun reacties dat ze de humor van het verhaal doorhadden.

Dan las ik Zwaan wil een fiets! van Sieb Posthuma & Daniel Barbot. Ik wees de kinderen erop dat alleen al de titel van dit prentenboek vol humor zit: Zwaan is namelijk een kip. Verder in het verhaal raast Zwaan zo fier als een pauw als de eerste fietsende kip van de heuvel... zonder remmen. De kinderen hadden veel plezier met de spullen die de koopman aanprees in zijn lied: een wagen zonder wielen, kaarsen zonder lont, een doosje zonder lucifers...

Voor het tweede groepje, allemaal jongens, las ik Jasper is onzichtbaar, van Vincent Cuvellier & Ronan Badel. Eén jongen kon meteen uitleggen dat onzichtbaar betekent dat je iets niet kan zien. Om het verhaal in te leiden, vertelde ik de kinderen dat ik wou proberen mezelf onzichtbaar te maken. Ik ging staan en knipte met de vingers. De kinderen beweerden dat ze me nog steeds konden zien. Ik probeerde het nog eens... tevergeefs. Daarna las ik het boekje over Jasper die bedacht heeft dat hij vandaag onzichtbaar is. Het is namelijk zo dat mama vandaag witlof klaarmaakt. Precies op het moment dat Jasper erachter komt dat mama hem nog steeds ziet omdat zijn kleren niet onzichtbaar zijn, komt kleine Julie op bezoek. Die schrikt zich een hoedje als Jasper de kamer binnenstapt. ‘Gelukkig ben ik onzichtbaar’, denkt Jasper. ‘Anders kon ze mijn dinges zien’.

Ik was blij dat ik een kort verhaal gekozen had, want het was niet gemakkelijk de jongens te laten stilzitten. Toen ik daar eindelijk in slaagde, hadden ze wel pretoogjes.Ze hadden meteen door dat Jasper zijn kleren had uitgetrokken en gierden van het lachen om het blote ventje dat zonder schroom de woonkamer binnenstapt. Alleen het blonde hoofdje van het groepje lachte niet mee. Zegt dat iets over onze manier van opvoeden misschien?

Voorlezer:

Reactie toevoegen



| More